GIDS VOOR ACTIEVOERDERS - NUTTIGE INFORMATIE - MEER COURANTE VRAGEN

 

A) REDENEN OM GEEN OORLOG TE VOEREN

 

Irakese massavernietigingswapens werden vernietigd en Irak is geen militaire dreiging

Voormalig wapeninspecteur Scott Ritter schreef: "… Vanuit kwalitatief standpunt, is Irak in feite ontwapend... De chemische, biologische, nucleaire en langeafstandsraket programma’s, die een echte bedreiging waren in 1991, waren tegen 1998 vernietigd of onschadelijk gemaakt." [Boston Globe (3/9/00)]

“Op vandaag is Irak voor niemand een militaire bedreiging. Geheime diensten weten dit.  Voor alle opwerpingen over massavernietigingswapens in Irak ontbreken bewijzen.” [Hans von Sponeck, humanitaire coördinator van de VN, 29 mei 2001]

 

Irak aanvallen zal de dreiging van terroristische aanslagen op de VS niet verminderen

Hoewel de huidige militaire actie die gepland is tegen Irak beschouwd wordt als deel van de oorlog tegen het terrorisme, heeft de regering geen bewijs geleverd dat Irak terroristen steunt of onderdak biedt.

De oorlog tegen het terrorisme is een oorlog tegen onafhankelijke milities en individuen, geen hele landen.  We moeten deze terroristen gevangen nemen en berechten in internationale rechtbanken, geen hele landen vernietigen of de leiders van deze landen afzetten.

Het aanpakken van de langdurige klachten tegen de VS, die aanleiding geven tot terroristische aanslagen (zoals de sancties tegen Irak, Amerikaanse bases in Saoedi-Arabië, en het conflict tussen Israël en Palestina) zal leiden tot langdurige vrede.  Oorlogen uitvechten tegen landen zullen de woede tegen de VS aanwakkeren en het risico van terroristische aanslagen verhogen.

 

Irak ZAL wapeninspecteurs toelaten:

In plaats van te goeder trouw te werken om VN-inspecteurs weer toe te laten als middel om Irak te ontwapenen en om de sancties op te heffen, lijkt de regering (nog maar eens) de VN-inspecties te gebruiken als een trekker voor een militaire aanval – deze keer bedoeld om Saddam Hoessein van de troon te stoten.  In een analyse op 13 februari, beweert David E. Sanger van the New York Times dat het team van Bush van plan is om een inspectiecrisis te creëren tussen februari en mei.  Ze zouden deze crisis dan gebruiken als bewijs dat Irak massavernietigingswapens verbergt, en de Iraakse weerstand gebruiken om krachtiger actie te rechtvaardigen.

"Een team van nucleaire experts zal in Bagdad aankomen voor de jaarlijkse inspectie van Orka’s uraniumvoorraden." [CNN.com, 25 januari 2002]

"Irak moet nog steeds de terugkeer van de inspecteurs toelaten voor de sancties kunnen opgeheven worden. Dit betekent uiteraard dat de VS en de VN bereid zouden moeten zijn om een legitiem inspectieprogramma te doorlopen, en dat ze bereid moeten zijn om de sancties op te heffen – op basis van de VN-resoluties –eens Irak ontwapend wordt verklaard. Gezien het Amerikaans beleid om Saddam te verwijderen, lijkt dit momenteel erg onwaarschijnlijk." [Scott Ritter, voormalig hoofd van de  wapeninspecteurs voor de Speciale Commissie van de VN voor Irak.]

 

De kosten van een oorlog zijn voelbaar thuis

Het nationaal militair budget bedraagt nu $437 miljard, dit is 26% van het totaal federaal budget.  Tegelijkertijd worden voor de federale bestedingen voor veel afdelingen in de VS gesnoeid met wel 10%, wat een heleboel sociale en onderwijsprogramma’s tegenhoudt.

Iedere minuut besteden de Verenigde Staten nog $589 802 aan defensie, 51.3% van het federaal budget. [Centrum voor Defensie-informatie]

“Een land dat jaar na jaar  meer geld besteedt aan militaire defensie dan aan programma’s van sociale opwaardering, nadert de dood van de ziel.” Martin Luther King, 4 april 1967, Riverside Church, New York City

 

En voor het Irakese volk ...

Gedurende de Golfoorlog vernietigde de VS de infrastructuur van Irak en doodde 250 000 mensen in 42 dagen. [Vietnamveteranen Tegen de Oorlog]

Onder de 88 500 ton bommen (het equivalent van zeven Hiroshima’s) die volgden op de lancering van de luchtaanvallen op 17 januari 1991, en het daaropvolgende grondoffensief, werden 150 000 Irakese soldaten en 50 000 burgers gedood. [Z-Magazine, David Edwards, 28 februari 2002]

 

Internationaal verzet tegen een aanval tegen Irak

"De VS bereidt zich voor om het regime van Saddam Hoessein te vernietigen.  Het tijdschema is flexibel maar zal gedicteerd worden door de Amerikaanse strategische en militaire bereidheid en door niets anders, zeker niet door de rechtschapen fluisteringen van Brussel tot Berlijn.  Het doel is bepaald." ('Om Irak te bevrijden, moet Blair zijn partij en land voorbereiden op militaire acties,' the Times, 15 februari 2002)

"Er is geen enkel Arabisch land dat nieuw geweld tegen Irak steunt, en allen zijn bezorgd om het lot van het Irakese volk." [Egyptische President Hosni Mubarak, 10 november 2001]

"...Elke aanval tegen Irak in dit stadium zou onverstandig zijn." [Secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, 25 februari 2002]

"De Russische president Vladimir Putin zei donderdag dat de Verenigde Staten geen grond hadden om de oorlog tegen het terrorisme uit te breiden tot Irak." [Judith Ingram, Associated Press Writer, 14 februari 2002]

 

Voor meer informatie

   

www.stopthewaragainstiraq.org

 

saveageneration.org

 

rmpjc.org

“Deze oproep voor een wereldwijde broederschap waarbij de bekommernis om zijn buren uitstijgt boven iemands stam, ras, stand en land is in werkelijkheid een oproep voor een allesomvattende en “onvoorwaardelijke” liefde voor ieder mens.  We kunnen het ons niet langer veroorloven de God van haat te aanbidden voor het altaar van de “vergelding”.  De oceanen van de geschiedenis zijn woelig door de steeds weer opkomende getijden van haat.  De geschiedenis is bezaaid met het puin van landen en individuen die dit zelfvernietigende pad van haat bewandelden.”

- Dr. Martin Luther King, Jr., 4 april 1967, Riverside Church

B) MEER VRAGEN EN ANTWOORDEN

 

Over de humanitaire crisis en andere effecten van de economische blokkade

Het Olie-voor-Voedsel programma is niet genoeg
De Amerikaanse regering ontwijkt zijn verantwoordelijkheid voor zijn deel in de dood van een half miljoen kinderen onder de sancties door bewijzen te verduisteren over de echte problemen met het Olie-voor-Voedsel programma, problemen die goed gedocumenteerd zijn door verschillende VN-agentschappen en onafhankelijke experts.

Distributieproblemen en beschuldigingen van de VS:  houdt Saddam voedsel achter?

Het verschil tussen Noord en Zuid
Gezien de verbetering van de sterftecijfers in Noord-Irak, waar de VN de distributie van voedsel en medicijnen controleren, beweert de Amerikaanse regering dat Saddam de oorzaak moet zijn van de crisis in Zuid- en Centraal Irak.

Over massavernietigingswapens en toenemende anti-Amerikaanse gevoelens

Over vrije markten, zakelijke belangen, en plaatselijke bekommernissen

Over de ILA en de Iraakse oppositie
In Oktober 1998 stemde het Congres de Iraq liberation Act (ILA), die 97 miljoen dollar toekende aan Iraakse oppositiegroepen die proberen Saddam Hoessein omver te werpen.  Sommige van de machtigste leden van het Congres hebben hun hele gewicht in de schaal geworpen achter de ILA en zagen het omverwerpen van Saddam als de enige relevante discussie over Irak.  Voor een betere indruk van dit standpunt, zie een brief gestuurd in augustus 1999 aan president Clinton die aandringt op een spoedige implementatie van de ILA.

VN-veiligheidsraad Resolutie (UNSCR) 1284
Goedgekeurd op 17 december 1999, zal UNSCR 1284 tijdelijk de sancties opheffen als Irak meewerkt met een nieuw regime wapeninspecties van 120 dagen.  Drie van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad (Frankrijk, China en Rusland) onthielden zich, als protest tegen de wachtperiode van 120 dagen en de dubbelzinnigheid van wat “medewerking” betekent.

 

VN-rapport over de humanitaire crisis ~ 30 maart 1999
Bron: http://www.un.org/Depts/oip/panelrep.html
Meer VN-rapporten beschikbaar op Epic's Resource Page

 

Economische en sociale indicatoren

 

Voor de sancties

  • Iraks sociaal en economisch niveau lag in het algemeen boven de gemiddelden van de regio en van de ontwikkelingslanden.
  • Het BNP in 1989 bedroeg 75,5 miljard dollar voor een bevolking van 18,3 miljoen.
  • De groei van het BNP bedroeg gemiddeld 10% van 1974 tot 1980. Tegen 1988 bedroeg het BNP per inwoner 3510 dollar.
  • Met olie ter waarde van 60% van het BNP en 95% van inkomsten in buitenlandse munt, was de Irakese economie erg afhankelijk van de buitenlandse situatie in de sector en gevoelig voor schommelingen van de olieprijzen.
  • In de vroege jaren ’80 produceerde Irak 3,5 miljoen vaten per dag, maar die hoeveelheid verminderde tot 2,8 miljoen in 1989.

Na de sancties

  • Iraks BNP zou met ongeveer twee derden gedaald zijn in 1991, door een vermindering van de olieproductie met 85% en de vernietiging van industriële en dienstensectoren van de economie.  Het inkomen per inwoner daalde van 3416 US dollars in 1984 tot 1500 in 1991 is verder gedaald tot minder dan 1036 in 1998. Andere bronnen schatten een vermindering van het BNP per inwoner tot slecht 450 US dollars in 1995.
  • Olie-voor-Voedsel deal: hoewel Irak meer olie dan ooit exporteert sinds 1991, blijven de inkomsten onvoldoende dor een negatieve correlatie van lage olieprijzen, vertragingen om reserve-onderdelen te verkrijgen voor de olie-industrie en algemene veroudering van de olie-infrastructuur.  Het huidige plafond van 5,2 miljard dollar [iedere 6 maanden] wordt niet bereikt, met exports die een maximum bereiken van 3,1 miljard dollar.
  • Het zou ongeveer 1,2 miljard dollar vragen om een geleidelijke en duurzame verhoging te garanderen van de productie van ruwe olie in Irak, om zo productieniveaus van 3 miljoen vaten per dag te bereiken.  Het volledige herstel van Iraks olie-industrie zou echter meerdere miljarden dollars vragen.
  • Als en wanneer de sancties worden, opgeheven, zal het lang duren voor de infrastructuur is heropgebouwd en de economie zich herstelt.

Gezondheid van vrouwen en kinderen

Voor de sancties

  • Er was een enorme vermindering van de kindersterfte tussen 1960 en 1990, met een kindersterftecijfer van 65 per 1000 geboortes in 1989 (het gemiddelde in 1991 voor ontwikkelingslanden was 76 per 1000 geboortes).

Na de sancties

  • Het sterftecijfer bij bevallingen steeg van 50/100.000 levende geboortes in 1989 tot 117/100.000 in 1997.   De sterfte van kinderen onder de 5 jaar steeg van 30,2/1000 levende geboortes tot 97,2/1000 in dezelfde periode.
  • Het aantal te licht geboren baby’s (minder dan 2,5 kg) steeg van 4% in 1990 tot ongeveer een kwart van de geregistreerde geboortes in 1997, vooral door ondervoeding van de moeders.
  • Wel  70% van de Irakese vrouwen lijden aan bloedarmoede.

Water en sanitaire netwerken

Voor de sancties

  • Voor 1991, hadden het zuiden en centrum van Irak een goed ontwikkeld water- en sanitair systeem met meer dan 200 waterbehandelingsinstallaties voor stedelijke gebieden en 1200 compacte waterbehandelingsinstallaties om de landelijke gebieden te voorzien, evenals een uitgebreid verdeelnetwerk.
  • WHO schat dat 90% van de bevolking toegang had tot een voldoende hoeveelheid veilig drinkwater.
  • Er waren moderne mechanische middelen voor de opvang en de lozing van sanitair afvalwater.

Na de sancties

  • Bovenop de schaarste van grondstoffen, blijken ondervoedingsproblemen ook voort te komen van de massale verslechtering van de basisinfrastructuur, vooral in de watertoevoer en de afvalverwerking.
  • De meest kwetsbare groepen werden het zwaarst getroffen, vooral kinderen onder 5 jaar die blootgesteld worden aan onhygiënische omstandigheden, vooral in stadscentra.
  • WHO schat dat de toegang tot zuiver water momenteel 50% is van het niveau van 1990 in stadsgebieden en slechts 33% op het platteland.

Voedselproductie en beschikbaarheid

Voor de sancties

  • Tot 1990, bedroeg de binnenlandse voedselproductie slechts één derde van de totale consumptie voor de meest essentiële voedingswaren, en de rest werd ingevoerd.
  • De energie uit het voedsel bedroeg gemiddeld 3.120 kilocalorieën per persoon per dag.
  • Door de relatieve welvaart had Irak de mogelijkheid om grote hoeveelheden voedsel te importeren, die aan twee derden van hun behoeften voldeden met een gemiddelde van 2,5 miljard dollar per jaar, hoewel in jaren met een lage productie de rekening kon oplopen tot 3 miljard dollar.

Na de sancties

  • De energie uit het voedsel is gedaald van 3.120 tot 1.093 kilocalorieën per persoon per dag tegen 1994-95.
  • De ondervoeding bij Iraakse kinderen onder de vijf jaar is bijna verdubbeld van 1991 tot 1996 (van 12% tot 23%). Acute ondervoeding in het Centrum/Zuiden stegen van 3% tot 11% voor dezelfde leeftijdsgroep.
  • Bijna de hele bevolking van jonge kinderen was getroffen door een verschuiving van hun voedingsstatus in de richting van ondervoeding.
  • WFP toont aan dat volgens de verwachtingen voor juli 1995, de gemiddelde winkelprijzen voor essentiële producten op 850 keren het niveau van juli 1990 stonden.

 

Onderwijs

Voor de sancties

  • Zoals beschreven door UNICEF, deed de Iraakse regering grote investeringen in de onderwijssector van midden de jaren ’70 tot 1990.
  • Volgens UNESCO, omvatte het onderwijsbeleid provisies voor beurzen, researchfaciliteiten en medische bijstand voor studenten.  Tegen 1989 stond het cijfer voor het schoolgaan in basis- en secundair onderwijs op 75% (lichtjes boven het gemiddelde van alle ontwikkelingslanden van 70%, volgens het Human Development Report van 1991) Analfabetisme was teruggebracht tot 20% in 1987.
  • Onderwijs bedroeg meer dan 5% van het staatsbudget in 1989, boven het gemiddelde van de ontwikkelingslanden van  3.8% (cfr. Rapporten van UNDP).

Na de sancties

  • Het schoolgaan voor alle leeftijden (6-23) is gedaald tot 53%. In de Centrale en Zuidelijke provincies, hebben 83% van de schoolgebouwen herstellingen nodig.  8613 van de 10334 scholen hebben zware schade geleden.  Sommige scholen met een geplande capaciteit van 700 leerlingen, hebben er momenteel 4500 ingeschreven.  Aanzienlijke vooruitgang in het verminderen van analfabetisme bij volwassenen en vrouwen, is opgehouden en teruggebracht tot het niveau van midden de jaren ’80, volgens UNICEF. Het stijgend aantal straatkinderen en werkende kinderen kan gedeeltelijk verklaard worden door het toenemende aantal schoolverlaters, aangezien meer families gedwongen zijn om op hun kinderen te vertrouwen om het gezinsinkomen te verzekeren.  Cijfers van UNESCO tonen aan dat het schoolverlaten in basisscholen gestegen is van 95692 in 1990 tot 131658 in 1999.

Elektriciteit

Voor de sancties

  • UNDP geeft aan dat, hoewel de energiestations het doelwit waren van de Iraanse luchtmacht tijdens de oorlog Iran-Irak, er in 1990 126 energiestations waren die 8903 mw konden.

Na de sancties

  • De versnelde vermindering van de energiesector heeft acute consequenties gehad voor de humanitaire situatie.  De totale overblijvende geïnstalleerde capaciteit vandaag is ongeveer 7500 mw, maar onvoldoende onderhoud en armoedige werkingscondities hebben de stroom nu verminderd tot de helft van dat cijfer op 3500 mw.
  • UNDP analyses wijzen uit dat verouderde uitrustingen en de aanhoudende effecten van oorlogsschade verslechtering veroorzaakt hebben op bijna elk niveau.  In tegenstelling tot de algemene achteruitgang in economische activiteit, overtreft de vraag momenteel het aanbod met minstens 1000 mw, vooral tijdens de zomerhitte.  Stroomtekorten zijn continu verergerd tot wel 6 uur per dag sinds juli 1998.
  • Het elektriciteitstekort was vooral zichtbaar in sommige delen van de noordelijke regio, waar dit mankement de waterbevoorrading en gezondheidsdiensten aangetast heeft.  Twee waterkrachtcentrales in Dokan en Derbendikhan, die samen een capaciteit hebben van 649 mw, zijn de enige stroomvoorzieningen voor de noordelijke provincies.

 

Briefing over paleisbouw in Irak

Het onderwerp van Saddams bouwen van paleizen is complex, maar de bewering dat het de belangrijkste reden is voor de verslechterde toestand in Irak, is vals.  Hoewel het moeilijk te weerleggen is dat het een afleiding van inkomsten is, kan het niet gebruikt worden om de sancties te rechtvaardigen.

In het rapport "Ongesanctioneerd Lijden," citeerde het Centrum voor Economische en Sociale Rechten (CESR) in New York de bewering van staatssecretaris Albright in 1996 dat Saddam over de laatste 5 jaar 1 miljard dollar besteed had aan het bouwen van paleizen.  CESR rapporteerde dat deze schatting overdreven was omdat het “gebaseerd was op de kost van het bouwen van gelijkaardige gebouwen in de regio en daarbij geen rekening hield met Iraks uitzonderlijke economische toestand” zoals lage lonen en bouwkosten.

In haar boek "Saddam sanctioneren" stelt Sarah Graham Brown dat na de oorlog Iran-Irak, het regime 2,5 miljard dollar toegekend had aan een presidentieel paleis.  De Irakese economist Al-Nasrawi beweert hetzelfde in zijn boek "De economie van Irak".

Hier is mijn mening hierover.  Tegen het einde van de eerste oorlog, privatiseerde Saddam de bouwsector, waarbij hij voorkeur gaf aan individuen met de sterkste band met het regime.  Naar mijn mening was dit een deel van zijn strategie om zich van hun steun te verzekeren.  Na beide oorlogen, profiteerde de bouwsector van de nood om de infrastructuur weer op te bouwen.  Hoewel prestige ongetwijfeld een factor was, kan het bouwen van paleizen Saddams manier geweest zijn om hen uit te kopen (door hen contracten te geven om paleizen te bouwen).

Hoewel het cijfer van 1 miljard dollar overdreven kan zijn, gebeurde het bouwen van paleizen waarschijnlijk door private ondernemers wat betekent dat zij genoeg geld zouden aanrekenen (in dinars) om voldoende winst te maken in een economie die erg onderhevig is aan inflatie.

Een afleiding van inkomsten?

Het bouwen van paleizen kan enkel geklasseerd worden als een afleiding van inkomsten als het geld gebruikt werd om materialen te importeren die anders kon gebruikt worden om aan de behoeften van de bevolking te voldoen.  Het is niet duidelijk hoeveel van het toegekende bedrag voor paleisbouw gebruikt werd voor import.

Wat ons bij de vraag van de raming brengt.  Zelfs als de 1 miljard dollar correct is, het is verspreid over vijf jaar, wat betekent dat er jaarlijks 200 miljoen dollar besteed was aan paleisbouw (of 400 miljoen dollar jaarlijks als je de geïnflateerde 2 miljoen dollar raming van andere bronnen gebruikt).  De Iraakse import voor burgerdoeleinden in 1989 bedroegen 11,1 miljard dollar (Alnasrawi). Zelfs als we de ruimere 400 miljoen dollar per jaar nemen voor de paleisbouw en aannemen dat het allemaal gebruikt werd voor de import van materialen, dan zou dat nog steeds maar 3.6% van de import van 1989 zijn.  Zeggen dat 400 miljoen dollar per jaar voor paleisbouw de hoofdoorzaak is voor de humanitaire crisis (vooral in een economie die voor 11,1 miljoen dollar goederen voor burgerdoeleinden importeerde in 1989) is belachelijk.

Kortom, we moeten benadrukken dat a) het niet duidelijk is of deze "2 miljard dollar" gebruikt was voor het importeren van materialen (waardoor het een afleiding van inkomsten zou zijn) en b) zelfs als dit het geval zou zijn, het is een bedrag van geen betekenis en kan niet de hoofdoorzaak zijn voor Iraks humanitaire crisis.

Briefing over het Comité 661 van de VN
en het tegenhouden van contracten


Op papier wordt het Sanctiecomité verondersteld toegang te verlenen tot humanitaire items voor Irak en deze die dienen voor "essentiële burgerlijke noden."  In de praktijk heeft het er veel items uit gehouden om de Irakese infrastructuur te herbouwen.

Het Sanctiecomité blokkeert vaak contracten.  Het is algemeen dat de VS en Groot-Brittannië achter de meeste van die “blokkeringen” zitten.  Deze toestand bleef zelfs voortduren nadat een humanitair panel in januari 1999 een rapport uitbracht dat aangaf dat deze blokkeringen de humanitaire crisis in Irak verergerden.  Het humanitair panel was samengesteld door de Veiligheidsraad.  Toch bleef het Sanctiecomité – of de afgevaardigden van de VS en Groot-Brittannië een ongepast aantal blokkeringen doorvoeren.  Dit onderwerp was ernstig genoeg voor de Secretaris-Generaal om een brief te sturen aan de voorzitter van de Veiligheidsraad in oktober 1999.

De brief meldde dat het aantal contracten met blokkeren vermeerderd waren, alsook de tijd die genomen werd om de redenen van die blokkeringen aan te pakken.  Telecommunicatie (100%), elektriciteit (65.5%), water en zuivering (53.4%) en toebehoren voor de olie-industrie (43%) waren het soort contracten die meest geblokkeerd werden.

 

Dhr. Sevan gaf commentaar over sommige van deze blokkeringen in zijn briefing aan de Veiligheidsraad op 17 november.  Met betrekking tot de elektriciteitscontracten, rapporteerde hij de schatting van de UNDP dat "de elektriciteitsvoorziening in Irak mogelijk met 50% zou verhogen als deze contracten werden vrijgegeven." Hij zei: “We zijn allemaal van mening dat er een direct verband is tussen stroomvoorziening en het voorzien van gezondheidszorg, water en andere basisdiensten."

De contracten voor telecommunicatie zijn minder direct verbonden met de humanitaire situatie, maar Dhr Sevan wenste: "de noodzaak te benadrukken voor de Veiligheidsraad en zijn Comité om deze lang openstaande vraag aan te pakken, aangezien het belangrijke implicaties heeft voor andere sectoren, vooral de efficiënte verdeling van voedsel en medicijnen.  De noden zijn er zeker en tot nu toe zijn 10 van de 13 toepassingen in omloop, goed voor meer dan 100 miljoen dollar, geblokkeerd.  Het kantoor van het Iraaks programma zou willen weten van het Comité wat hun bedenkingen eigenlijk zijn, om hen zo passend te kunnen aanpakken."

Met andere woorden, zelfs het kantoorhoofd van het Iraaks programma, en een diplomaat die altijd zijn mond heeft gehouden als de Amerikaanse regering verkeerde informatie promootte over het misbruiken van de olie-voor-voedsel inkomsten, weten niet wat er gebeurt binnen hun comité.  En voelen zich verplicht om wat druk uit te oefenen.


James Rubin spreekt vaak en welsprekend over hoe de VS de sancties steunt om de Iraakse leiders te treffen, niet de burgerbevolking.  Toch ontkent de VS in het sanctiecomité Irak routinematig het recht om zijn burgerlijke infrastructuur her op te bouwen, het levensondersteunend systeem van het land.