GIDS VOOR ACTIEVOERDERS - NUTTIGE INFORMATIE - MEER
COURANTE VRAGEN
|
A) REDENEN OM GEEN OORLOG TE VOEREN
|
|
Irakese massavernietigingswapens werden vernietigd en Irak is
geen militaire dreiging
|
|

|
Voormalig
wapeninspecteur Scott Ritter schreef: "… Vanuit kwalitatief standpunt,
is Irak in feite ontwapend... De chemische, biologische, nucleaire en
langeafstandsraket programma’s, die een echte bedreiging waren in 1991, waren
tegen 1998 vernietigd of onschadelijk gemaakt." [Boston Globe
(3/9/00)]
|
|

|
“Op
vandaag is Irak voor niemand een militaire bedreiging. Geheime diensten weten
dit. Voor alle opwerpingen over
massavernietigingswapens in Irak ontbreken bewijzen.” [Hans von Sponeck,
humanitaire coördinator van de VN, 29 mei 2001]
|
|
Irak aanvallen zal de dreiging van terroristische aanslagen op
de VS niet verminderen
|
|

|
Hoewel de
huidige militaire actie die gepland is tegen Irak beschouwd wordt als deel
van de oorlog tegen het terrorisme, heeft de regering geen bewijs geleverd
dat Irak terroristen steunt of onderdak biedt.
|
|

|
De
oorlog tegen het terrorisme is een oorlog tegen onafhankelijke milities en
individuen, geen hele landen. We
moeten deze terroristen gevangen nemen en berechten in internationale
rechtbanken, geen hele landen vernietigen of de leiders van deze landen
afzetten.
|
|

|
Het
aanpakken van de langdurige klachten tegen de VS, die aanleiding geven tot
terroristische aanslagen (zoals de sancties tegen Irak, Amerikaanse bases in
Saoedi-Arabië, en het conflict tussen Israël en Palestina) zal leiden tot
langdurige vrede. Oorlogen uitvechten
tegen landen zullen de woede tegen de VS aanwakkeren en het risico van
terroristische aanslagen verhogen.
|
|
Irak ZAL wapeninspecteurs toelaten:
|
|

|
In plaats
van te goeder trouw te werken om VN-inspecteurs weer toe te laten als middel
om Irak te ontwapenen en om de sancties op te heffen, lijkt de regering (nog
maar eens) de VN-inspecties te gebruiken als een trekker voor een militaire
aanval – deze keer bedoeld om Saddam Hoessein van de troon te stoten. In een analyse op 13 februari, beweert
David E. Sanger van the New York Times dat het team van Bush van plan is om
een inspectiecrisis te creëren tussen februari en mei. Ze zouden deze crisis dan gebruiken als
bewijs dat Irak massavernietigingswapens verbergt, en de Iraakse weerstand
gebruiken om krachtiger actie te rechtvaardigen.
|
|

|
"Een
team van nucleaire experts zal in Bagdad aankomen voor de jaarlijkse
inspectie van Orka’s uraniumvoorraden." [CNN.com, 25 januari 2002]
|
|

|
"Irak
moet nog steeds de terugkeer van de inspecteurs toelaten voor de sancties
kunnen opgeheven worden. Dit betekent uiteraard dat de VS en de VN bereid
zouden moeten zijn om een legitiem inspectieprogramma te doorlopen, en dat ze
bereid moeten zijn om de sancties op te heffen – op basis van de
VN-resoluties –eens Irak ontwapend wordt verklaard. Gezien het Amerikaans
beleid om Saddam te verwijderen, lijkt dit momenteel erg onwaarschijnlijk."
[Scott Ritter, voormalig hoofd van de
wapeninspecteurs voor de Speciale Commissie van de VN voor Irak.]
|
|
De kosten van een oorlog zijn voelbaar thuis
|
|

|
Het nationaal
militair budget bedraagt nu $437 miljard, dit is 26% van het totaal federaal
budget. Tegelijkertijd worden voor de
federale bestedingen voor veel afdelingen in de VS gesnoeid met wel 10%, wat
een heleboel sociale en onderwijsprogramma’s tegenhoudt.
|
|

|
Iedere
minuut besteden de Verenigde Staten nog $589 802 aan defensie, 51.3% van het
federaal budget. [Centrum voor Defensie-informatie]
|
|

|
“Een
land dat jaar na jaar meer geld
besteedt aan militaire defensie dan aan programma’s van sociale opwaardering,
nadert de dood van de ziel.” Martin Luther King, 4 april
1967, Riverside Church, New York City
|
|
En
voor het Irakese volk ...
|
|

|
Gedurende
de Golfoorlog vernietigde de VS de infrastructuur van Irak en doodde 250
000 mensen in 42 dagen. [Vietnamveteranen Tegen de Oorlog]
|
|

|
Onder de
88 500 ton bommen (het equivalent van zeven Hiroshima’s) die volgden
op de lancering van de luchtaanvallen op 17 januari 1991, en het
daaropvolgende grondoffensief, werden 150 000 Irakese soldaten en 50 000
burgers gedood. [Z-Magazine, David Edwards, 28 februari 2002]
|
|
Internationaal verzet tegen een aanval tegen Irak
|
|

|
"De
VS bereidt zich voor om het regime van Saddam Hoessein te vernietigen. Het tijdschema is flexibel maar zal
gedicteerd worden door de Amerikaanse strategische en militaire bereidheid en
door niets anders, zeker niet door de rechtschapen fluisteringen van Brussel
tot Berlijn. Het doel is
bepaald." ('Om Irak te bevrijden, moet Blair zijn partij en land
voorbereiden op militaire acties,' the Times, 15 februari 2002)
|
|

|
"Er
is geen enkel Arabisch land dat nieuw geweld tegen Irak steunt, en allen zijn
bezorgd om het lot van het Irakese volk." [Egyptische President Hosni
Mubarak, 10 november 2001]
|
|

|
"...Elke
aanval tegen Irak in dit stadium zou onverstandig zijn."
[Secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, 25 februari 2002]
|
|

|
"De
Russische president Vladimir Putin zei donderdag dat de Verenigde Staten geen
grond hadden om de oorlog tegen het terrorisme uit te breiden tot Irak."
[Judith Ingram, Associated Press Writer, 14 februari
2002]
|
“Deze oproep voor een
wereldwijde broederschap waarbij de bekommernis om zijn buren uitstijgt boven
iemands stam, ras, stand en land is in werkelijkheid een oproep voor een allesomvattende
en “onvoorwaardelijke” liefde voor ieder mens.
We kunnen het ons niet langer veroorloven de God van haat te aanbidden
voor het altaar van de “vergelding”. De
oceanen van de geschiedenis zijn woelig door de steeds weer opkomende getijden
van haat. De geschiedenis is bezaaid
met het puin van landen en individuen die dit zelfvernietigende pad van haat
bewandelden.”
- Dr. Martin Luther King, Jr., 4 april 1967,
Riverside Church
B) MEER VRAGEN EN ANTWOORDEN
Over de humanitaire crisis en andere effecten van de
economische blokkade
- Sancties hebben er voor een groot deel toe
bijgedragen dat – als de trends van voor de oorlog in kindersterfte zich
hadden voortgezet in de jaren 1990 –
Irak 500 000 minder dode kinderen onder de vijf jaar zou gehad hebben in de periode
van 1991 tot 1998. [UNICEF
augustus 1999]
- Met inbegrip van de 50 000 volwassenen die
jaarlijks sterven door de sancties, heeft Irak nu een sterftecijfer van
meer dan 200 personen per dag. [UNICEF augustus 1999]
- Irak "heeft een verschuiving meegemaakt van
relatieve rijkdom tot massale armoede" en "de
kindersterftecijfers in Irak vandaag behoren tot de hoogste van de
wereld" [Humanitair Rapport voor de VN-veiligheidsraad, 30 maart
1999]
- De Irakese economie daalde met bijna twee derden
in 1991. Ondanks het feit dat voedsel en medicijnen vrijgesteld waren van
sancties, kon Irak geen import betalen, zonder de inkomsten van export.
[IMF]
- De sancties, die de toegang beletten tot de
basisgezondheidszorg, zuiver water en elektriciteit, zijn een
systematische schending van de Conventie van Genève, die “het uithongeren
van burgers als een methode van oorlog voeren” verbiedt.
- Toegang tot drinkbaar water, in vergelijking met
het niveau van 1990, is slechts 50% in stedelijke gebieden en 33% in
landelijke gebieden. De algemene
verslechtering van de kwaliteit en kwantiteit van drinkwater heeft
bijgedragen tot de snelle verspreiding van infectieziektes. Rioolwater
stroomt dikwijls in straten en huizen. [Wereld Voedsel Programma]
- In 1998 waren er 104 000 Iraakse vluchtelingen
en één miljoen “gedocumenteerde” ontheemden in Irak. Nu leven meer dan drie miljoen Irakezen
buiten hun land. De laatste jaren zijn
tienduizenden mensen Irak ontvlucht, waaronder veel professionelen, door
de verslechterende economische en politieke situatie [VS-Comité voor
Vluchtelingen]
Het Olie-voor-Voedsel programma is niet genoeg
De Amerikaanse
regering ontwijkt zijn verantwoordelijkheid voor zijn deel in de dood van een
half miljoen kinderen onder de sancties door bewijzen te verduisteren over de
echte problemen met het Olie-voor-Voedsel programma, problemen die goed
gedocumenteerd zijn door verschillende VN-agentschappen en onafhankelijke
experts.
- Het Olie-voor-Voedsel programma, dat weliswaar
hongersnood voorkomt, is niet doeltreffend om de humanitaire crisis te
verlichten. De economische
sancties hebben Iraks bloeiende economie bankroet doen gaan, wat ontelbare
institutionele en gezondheidsproblemen veroorzaakt heeft, die niet kunnen
opgelost worden door simpelweg de voedseltoevoer te vergroten.
- In maart 2000, meldde Humanitair Coördinator van
de VN Hans von Sponeck dat het Olie-voor-Voedsel programma momenteel slechts 252 dollar per
persoon per jaar bedraagt – of minder dan 70 dollarcent per persoon per
dag. Dit verklaart de aanhoudende
en alarmerende 20% chronische ondervoeding bij kinderen onder de 5 jaar.
- Het programma verschaft niet genoeg inkomsten en
verschaft niet genoeg import noodzakelijk om het falen van de Iraakse
infrastructuur consequent aan te pakken. Honderden ton rioolwater,
bijvoorbeeld, worden iedere week onbehandeld in de Tigris en de Eufraat
gedumpt, wat epidemieën van cholera, tyfus en buikvliesontsteking
veroorzaakt.
- De VN schatten dat 7,1 miljard dollar nodig is
om Iraks elektriciteitssysteem te herstellen. Onder het Olie-voor-Voedsel programma werd 1,1 miljard
dollar toegekend, maar het VN-comité 661 heeft aanvragen tegengehouden ter
waarde van 600 miljoen dollar – en er is slechts voor 112 miljoen dollar aan
materiaal aangekomen. Het
resultaat is stroomonderbrekingen die 9 tot 18 uur daags duren – wat een
verwoestend effect heeft op gezondheid, water, sanitair en andere
diensten.
- Veel toeleveringen, die dringend nodig zijn om
de infrastructuur te herstellen, zijn verboden of beperkt als goederen
“voor dubbel gebruik”, mogelijk te gebruiken voor militaire
doeleinden. Zo bijvoorbeeld
chloor, dat noodzakelijk is voor de waterzuivering.
- In zijn rapport van juli 1991 over de
humanitaire omstandigheden in Irak, schatte de VN-afgevaardigde Sadruddin
Aga Khan de kost om Iraks elektriciteit, olie, water, sanitair, voedsel,
landbouw en gezondheidszorg te herstellen tot het niveau van voor de
oorlog, op 22 miljard dollar. De schade
veroorzaakt door de Golfoorlog was minstens 30 miljard dollar (New
York Times, 2 juni 1991). Door verdere breuken en gebrek aan
onderhoud, zijn de kosten voor het herstel nog toegenomen.
- De VN houden 33% van Iraks olie-inkomsten af
voor de kosten van de VN en oorlogsherstellingen, zodat Irak maar een
fractie overhoudt van wat Irak verdiende voor de sancties. Het VN-Sanctiecomité 661 beslist dan
wat Irak wel of niet kan kopen.
Zelfs met de “Olie-voor-Voedsel”-uitzonderingen, zijn de
importcontroles erg streng, en houden ze een groot deel van de fondsen
tegen die overblijven.
- Contracten voor materiaal dat men dringend nodig
heeft, worden routinematig maanden aan een stuk opgehouden in de
Veiligheidsraad. In een briefing
aan de Veiligheidsraad in februari 2000, bekritiseerde de Uitvoerend Directeur
van het Irak-programma, Benon Sevon, de buitensporige ophoudingen van
goederen die via het Programma besteld waren. “Er worden momenteel rond de 800 toepassingen voor de
humanitaire en de oliesector
tegengehouden – mijn collega’s en ik vinden dit onaanvaardbaar."
- 100% van alle contracten voor telecommunicatie,
65,5% van de elektriciteitscontracten, 53% van water- &
zuiveringscontracten, en 43% van contracten uit de oliesector werden
opgehouden in 1999, volgens een rapport van Dhr. Sevon van november. Dit
verzwaart de humanitaire crisis.
Dhr. Sevon rapporteerde: "Irak zou 50% meer
elektriciteitstoevoer kunnen hebben als deze goederen werden vrijgegeven…
[en] er is een rechtstreeks verband tussen betrouwbare stroomvoorziening
en de voorziening van gezondheidszorg, waterbevoorrading en andere
basisbehoeftes."
- Als de reserveonderdelen voor de Iraakse
oliesector zouden geleverd zijn in 1999, zouden de olieverkopen van het
jaar 2000 19 miljard dollar bedragen.
Helaas, door het falen van de VN om te leveren, en omdat veel van
de hangende contracten in de oliesector tegengehouden worden, verdiende
Irak waarschijnlijk minder dan 14 miljard dollar dat jaar. Dit betekent een verlies van 5 miljard
dollar in potentiële olieverkopen dat jaar, een vermindering van de
fondsen beschikbaar voor het humanitair programma.
- Van december 1996 tot 29 februari 2000, verkocht
Irak 25,3 miljard dollar onder het Olie-voor-Voedsel programma. Na afhoudingen door de VN, werd 17
miljard dollar toegewezen voor de aankoop van voedsel, medicijnen en
andere goederen. Grotendeels door
de praktijken van de VS om in de laatste drie jaar meer dan duizend
contracten te vetoën (zonder de blokkeringen te vermelden), bereikten slechts 7 miljard
dollar aan goederen het Iraakse volk op het ogenblik van het opmaken van
dit artikel!
Distributieproblemen en beschuldigingen van de VS: houdt Saddam voedsel achter?
- Voor de recente ineenstorting van de
distributie, hebben talrijke VN- en humanitaire agentschappen Irak een “A”
gegeven voor distributie. De
Iraakse regering creëerde zijn eigen voedselrantsoeneringssysteem dat,
volgens Prof. Peter Pellett en de
Food and Agriculture Organization (FAO) in Irak, fair en efficiënt
was. Het stortte uiteindelijk
ineen bij gebrek aan buitenlands kapitaal en de onmogelijkheid om de
noodzakelijke zaken in te voeren om de Iraakse landbouw, economie en
infrastructuur weer op te bouwen.
- Saddam Hoessein heeft geen toegang tot het geld
dat Irak verdient met olieverkopen via het Olie-voor-Voedsel
programma. Het geld gaat naar een
rekening op de Bank of Paris in New York City. Het VN-comité 661 heeft
absolute controle over deze rekening.
- Het Olie-voor-Voedsel programma verschaft geen
harde valuta voor de distributie van voedsel en medicijnen in Zuid- en
Centraal-Irak. De Iraakse regering
kan zich geen voertuigen, chauffeurs, magazijnmedewerkers…
veroorloven. Het grootste centrale
magazijn van Bagdad heeft slechts één operationele heftruck!
- De VS heeft Saddam Hoessein ervan beschuldigd 2
miljard dollar te verspillen aan paleizen de voorbije 10 jaar. De sancties hebben een witte markt
gecreëerd, vooral gecontroleerd door Saddam, voor gesmokkelde olie geschat
op 400-800 miljoen dollar per jaar (afhankelijk van de schommelende
olieprijzen). Zelfs als dit geld besteed
was aan humanitaire goederen, zou dit slechts 3 dollarcent per dag per
Irakees bedragen.
- Aantijgingen van het “stockeren” van medicijnen
zijn afgewezen door UNOHC. Hans von Sponeck meldt dat tekorten in
uitrusting, opleiding en financiering, gecombineerd met incompetentie,
verantwoordelijk zijn voor het ineenstorten van Iraks inventarisatie- en
distributiesystemen. Wat dit nog
verergerde, is dat Comité 661 ook contracten goedgekeurd heeft voor een
item, zoals insuline, maar de zendingen verhinderde van bijhorende zaken,
zoals injectiespuiten, die noodzakelijk zijn om het eerste item te
verdelen. Deze factoren creëren
inderdaad een overstock, maar die niet te wijten is aan kwade wil van de
Iraakse regering
- De Amerikaanse regering zei dat ze verwachtten
dat Iraks inkomsten uit olie dit jaar 19 miljard dollar zouden
bedragen. Hun schatting ging er
ten onrechte van uit dat de olieprijzen op 30 dollar per vat zouden
blijven. Zelfs als hun schatting
accuraat was geweest, laten ze na te vermelden dat, na afhoudingen van de
VN en oorlogsherstellingen, Irak slechts 10,3 miljard dollar zou
krijgen. Ter vergelijking: Iraks
olie-inkomsten in 1980 bedroegen 26 miljard dollar [OPEC's Jaarverslag]
- Saddam Hoessein werd ervan beschuldigd voedsel
van het Olie-voor-Voedsel programma te verkopen om zijn eigen excessen en
het Iraakse militair apparaat te financieren. De Koeweitse regering onderschepte een schip in de zomer van
1999 waarvan de VS beweerde dat het geladen was met babyvoeding en andere
humanitaire zaken te koop op de internationale witte markt. De Iraakse regering legde uit dat het
om producten ging beneden de kwaliteitsnorm, die gekocht waren onder het
olie-voor-voedsel programma en die teruggestuurd werden. Bovendien vonden journalisten nooit de
babyvoeding en andere voedingswaren die zogezegd tot de lading
behoorden.
Het verschil tussen Noord en Zuid
Gezien de
verbetering van de sterftecijfers in Noord-Irak, waar de VN de distributie van
voedsel en medicijnen controleren, beweert de Amerikaanse regering dat Saddam
de oorzaak moet zijn van de crisis in Zuid- en Centraal Irak.
- Zuid- en Centraal Irak hebben minder steun per
inwoner ontvangen van de internationale gemeenschap dan het Noorden. 11 NGO’s zijn gelegen in Zuid- en
Centraal Irak. 34 NGO’s
daarentegen zijn gelegen in het Noorden, wat betekent dat slechts 15% van
de bevolking wel 65% van alle hulp ontving van 1991 tot 1996.
- Doordat de oorlogsherstellingen voor Koeweit
alleen afgehouden worden van het budget van Zuid- en Centraal Irak, ontvangt
het Noorden 22% meer per inwoner van het Olie-voor-Voedsel programma, en
het krijgt ongeveer 10% van de VN-steun in geld, terwijl de rest van het
land alleen gebruiksgoederen ontvangt.
Bijgevolg moet de Iraakse regering met geld over de brug komen om
werkers en transport te huren voor de verdeling in het Midden/Zuiden,
terwijl het geld dat verstrekt wordt aan het Noorden deze kosten kan
dekken.
- Goederen voor het Noorden worden door de VN
sneller goedgekeurd voor distributie dan voor het Centrum/Zuiden.
- Het Noorden heeft ruwweg 15% van de Iraakse
bevolking en het Iraakse grondgebied, maar 48% van zijn landbouw. Dit geeft de mensen in het Noorden een
gemakkelijker toegang tot de lokale voedingsbronnen.
- Doordat de bombardementen van "Desert
Storm" geconcentreerd waren op het Zuiden, was de vernietiging van de
infrastructuur daar ernstiger.
- De grenzen van Noord-Irak zijn
"poreuzer", wat meer smokkelen en handel toelaat dan in de rest
van het land.
- Doordat de rivieren van noord naar zuid stromen,
is het water in het zuiden meer vervuild door rioolwater dat gedumpt wordt
in deze rivieren meer naar het noorden.
Over massavernietigingswapens en toenemende anti-Amerikaanse
gevoelens
- In 1991 werd Irak gedwongen tot een nooit gezien
ontwapeningsproces en zijn militaire macht is grotendeels
gereduceerd. Het hoofd van UNSCOM,
Richard Butler, zei in juli 1998, "Als de Irakese ontwapening een
vijf-ronden race was, dan zouden we nu op twee derden zijn van de vijfde
en laatste ronde.” Zelfs Iraks
buren, met inbegrip van Koeweit, hebben gezegd dat Irak niet langer een
bedreiging vormt. Een Israëlische
militaire analist gaf als commentaar dat Iraks programma van biologische
wapens overroepen was.
- Ex-wapeninspecteur Scott Ritter schreef,
"…vanuit kwalitatief standpunt, is Irak in feite ontwapend. De programma’s voor chemische, biologische, nucleaire en
lange-afstandsraketten, die een echte bedreiging waren in 1991, waren
tegen 1998 vernietigd of onschadelijk gemaakt." [Boston Globe op-ed
(3/9/00)]
- De sancties ondermijnen de Amerikaanse belangen,
zowel in Irak als in de regio. Uitgebreide sancties als straf en
voortdurende bombardementen moedigen Irak niet aan om samen te werken met
de inspanningen voor ontwapening.
- De sancties hebben een breuk veroorzaakt in de
consensus bij de VN: Frankrijk, Rusland en China zijn allen tegen het
voortzetten van de sancties. Om de
Iraakse ontwapening verder te zetten en om de samenwerking met de
internationale gemeenschap weer aan te wakkeren, moet er een
onderhandelingsstructuur zijn die niet gebaseerd is op het collectief
straffen van het Iraakse volk.
- Door burgers te treffen, hebben de sancties de
wrevel van het Iraakse volk tegenover de VS aangewakkerd, niet tegenover
Saddam Hoessein. Ze hebben
Hoesseins macht versterkt en de instellingen van de civiele maatschappij
ondermijnd die nodig zijn voor democratische veranderingen. De meeste Irakese dissidenten zijn
tegen de economische sancties omwille van het lijden in hun eigen
gemeenschappen. De
onverschilligheid van de VS tegenover het rampzalig lijden in Irak heeft
de anti-Amerikaanse gevoelens vergroot in de Arabische wereld, wat de
dreiging van terroristische aanslagen tegenover Amerikanen overzees
vergroot.
Over vrije markten, zakelijke belangen, en plaatselijke
bekommernissen
- Economische sancties tegen Irak kosten de
Amerikaanse boeren geld, door het sluiten van een potentiële markt van 23
miljoen mensen, of voor 1 miljard dollar aan landbouwproducten, volgens de
USDA. Voor de sancties, exporteerden Amerikaanse boeren jaarlijks
voor honderden miljoenen dollars aan rijst, graan en maïs naar Irak.
- Contracten kunnen maanden achtereen
tegengehouden worden, en dan een veto krijgen van één enkel lid van het
comité, wat ieder bedrijf zonder aanzienlijke inkomsten ontmoedigt om zaken
te doen met Irak.
- Volgens een CRS-rapport van april 1998, heeft de
militaire “crisisopbouw” van de VS tussen 1991 en midden 1998 de
Amerikaanse belastingbetalers 6,9 miljard dollar gekost. Operatie
Desert Fox en de aanhoudende oorlog, de langst volgehouden
luchtcampagne sinds de Vietnamoorlog, heeft nog miljarden dollars meer
gekost.
- In augustus 1999 meldde de New York Times
dat luchtaanvallen tussen januari en augustus 1999 alleen de
belastingbetalers meer dan 1 miljard dollar kosten. De VS bombardeert Irak nog steeds
gemiddeld om de twee dagen.
- De Amerikaanse oorlog tegen Irak neemt federale
dollars weg van gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting en andere noden.
Over de ILA en de Iraakse oppositie
In Oktober 1998
stemde het Congres de Iraq liberation Act (ILA), die 97 miljoen dollar toekende
aan Iraakse oppositiegroepen die proberen Saddam Hoessein omver te werpen. Sommige van de machtigste leden van het
Congres hebben hun hele gewicht in de schaal geworpen achter de ILA en zagen
het omverwerpen van Saddam als de enige relevante discussie over Irak. Voor een betere indruk van dit standpunt,
zie een brief
gestuurd in augustus 1999 aan president Clinton die aandringt op een
spoedige implementatie van de ILA.
- Door de instellingen van de burgermaatschappij,
die van een middenklasse en een hogere levensstandaard komen, te
vernietigen, heeft het Iraakse volk helemaal geen middelen om hun regering
te veranderen.
- Zelfs de meeste leden van de oppositie hebben
opgeroepen voor een opheffing van de sancties, aangezien ze de verwoesting
gezien hebben van hun gemeenschappen en in welke mate Saddam Hoessein
erdoor versterkt is.
- Veel oppositiegroepen waarop de ILA gericht is,
hebben geen legitimiteit bij het Iraakse volk. De groepen die enige geloofwaardigheid hebben, hebben het
geld van de VS geweigerd. Geen
regering in Irak zal erin slagen de steun van de bevolking te winnen als
het de ingehuurde hulp is van het land dat momenteel aan 23 miljoen
burgers adequaat voedsel, medicijnen en proper water weigert.
- Elke poging om de Iraakse regering te vervangen
door een nieuw regime dat de steun van de bevolking niet heeft, zal
zijn terugslag hebben op lange termijn –de wrevel omwille van de sancties
hebben al veel elementen van de Iraakse bevolking geradicaliseerd en
hebben toenemende anti-Amerikaanse gevoelens aangewakkerd in Irak. Niet alleen slagen sancties, en
mogelijk een regimeverandering gesponsord door de VS, er niet in de
samenwerking en de verstandhouding tussen het Iraakse volk en ons te
promoten, maar dit beleid voedt de zaden van de haat die op lange termijn
zullen uitbarsten in toenemend geweld, zelfs als Saddam Hoessein niet meer
aan de macht is.
VN-veiligheidsraad Resolutie (UNSCR) 1284
Goedgekeurd op 17
december 1999, zal UNSCR 1284 tijdelijk de sancties opheffen als Irak meewerkt
met een nieuw regime wapeninspecties van 120 dagen. Drie van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad
(Frankrijk, China en Rusland) onthielden zich, als protest tegen de
wachtperiode van 120 dagen en de dubbelzinnigheid van wat “medewerking”
betekent.
- Hoewel de resolutie het Olie-voor-Voedsel
programma kan verbeteren, schiet het tekort in vergelijking met de
aanbevelingen van het humanitair panel van de VN dat rapporteerde aan de
Veiligheidsraad het jaar voordien.
- UNSC 1284 verhoogt het plafond van de olie die
Irak kan verkopen, maar richt zich niet adequaat op de noden van de
achteruitgang van de Iraakse olie-industrie. De productie van 2000 was 10% lager dan het jaar
voordien. Het rapport van maart
2000 van de VN-secretaris-generaal beschrijft de – soms onherstelbare – schade
aan de Irakese oliebronnen en voorspelt een verdere productievermindering
van 5-15% tenzij de levering van toebehoren drastisch verhoogd wordt. Olie-experts zijn het ermee eens dat
het plafond van olie-uitvoer verhogen zinloos is als er geen buitenlandse
investeringen toegelaten zijn in Iraks olie-industrie, wat onder SC 1284
de opheffing van de sancties betekent.
- Hoewel toegegeven wordt dat "het
fundamenteel doel” van het opheffen van de sancties is om de “humanitaire
situatie te verbeteren”, verbindt de resolutie zo’n opheffing steeds aan
Iraks medewerking met de wapeninspecties.
Maatregelen bedoeld om het lijden van het Iraakse volk te
verzachten, zouden niet gelinkt mogen zijn met het feit of Saddam Hoessein
al of niet voldoet aan de VN-eisen.
- Het opheffen van
sancties zal enkel gebeuren voor hernieuwbare termijnen van 120 dagen, wat
betekent dat, als één termijn vervalt, de sancties automatisch weer
opgelegd worden tenzij de VN-veiligheidsraad unaniem stemt om de opheffing
voort te zetten. Gezien de vage
vereisten voor Iraakse medewerking in de resolutie, zal het bijna onmogelijk
zijn om een nieuw conflict tussen de VS en Irak te vermijden. Alleen door economische sancties los te
koppelen van militaire, kan de internationale consensus hersteld worden
die nodig is voor ernstige wapencontrole in Irak.
VN-rapport over de humanitaire
crisis ~ 30 maart 1999
Bron:
http://www.un.org/Depts/oip/panelrep.html
Meer VN-rapporten beschikbaar op Epic's Resource Page
Economische en
sociale indicatoren
|
Voor de
sancties
- Iraks sociaal en
economisch niveau lag in het algemeen boven de gemiddelden van de regio
en van de ontwikkelingslanden.
- Het BNP in 1989 bedroeg
75,5 miljard dollar voor een bevolking van 18,3 miljoen.
- De groei van het
BNP bedroeg gemiddeld 10% van 1974 tot 1980. Tegen 1988 bedroeg het BNP
per inwoner 3510 dollar.
- Met olie ter
waarde van 60% van het BNP en 95% van inkomsten in buitenlandse munt,
was de Irakese economie erg afhankelijk van de buitenlandse situatie in
de sector en gevoelig voor schommelingen van de olieprijzen.
- In de vroege jaren
’80 produceerde Irak 3,5 miljoen vaten per dag, maar die hoeveelheid
verminderde tot 2,8 miljoen in 1989.
|
Na de
sancties
- Iraks BNP zou met
ongeveer twee derden gedaald zijn in 1991, door een vermindering van de
olieproductie met 85% en de vernietiging van industriële en
dienstensectoren van de economie.
Het inkomen per inwoner daalde van 3416 US dollars in 1984 tot
1500 in 1991 is verder gedaald tot minder dan 1036 in 1998. Andere
bronnen schatten een vermindering van het BNP per inwoner tot slecht 450
US dollars in 1995.
- Olie-voor-Voedsel
deal: hoewel Irak meer olie dan ooit exporteert sinds 1991, blijven de
inkomsten onvoldoende dor een negatieve correlatie van lage olieprijzen,
vertragingen om reserve-onderdelen te verkrijgen voor de olie-industrie
en algemene veroudering van de olie-infrastructuur. Het huidige plafond van 5,2 miljard
dollar [iedere 6 maanden] wordt niet bereikt, met exports die een
maximum bereiken van 3,1 miljard dollar.
- Het zou ongeveer
1,2 miljard dollar vragen om een geleidelijke en duurzame verhoging te
garanderen van de productie van ruwe olie in Irak, om zo productieniveaus
van 3 miljoen vaten per dag te bereiken. Het volledige herstel van Iraks olie-industrie zou echter
meerdere miljarden dollars vragen.
- Als en wanneer de
sancties worden, opgeheven, zal het lang duren voor de infrastructuur is
heropgebouwd en de economie zich herstelt.
|
Gezondheid van vrouwen
en kinderen
|
Voor
de sancties
- Er was een enorme
vermindering van de kindersterfte tussen 1960 en 1990, met een
kindersterftecijfer van 65 per 1000 geboortes in 1989 (het gemiddelde in
1991 voor ontwikkelingslanden was 76 per 1000 geboortes).
|
Na
de sancties
- Het sterftecijfer
bij bevallingen steeg van 50/100.000 levende geboortes in 1989 tot
117/100.000 in 1997. De sterfte
van kinderen onder de 5 jaar steeg van 30,2/1000 levende geboortes tot
97,2/1000 in dezelfde periode.
- Het aantal te
licht geboren baby’s (minder dan 2,5 kg) steeg van 4% in 1990 tot
ongeveer een kwart van de geregistreerde geboortes in 1997, vooral door
ondervoeding van de moeders.
- Wel 70% van de Irakese vrouwen lijden aan
bloedarmoede.
|
Water en sanitaire
netwerken
|
Voor
de sancties
- Voor 1991, hadden
het zuiden en centrum van Irak een goed ontwikkeld water- en sanitair systeem
met meer dan 200 waterbehandelingsinstallaties voor stedelijke gebieden
en 1200 compacte waterbehandelingsinstallaties om de landelijke gebieden
te voorzien, evenals een uitgebreid verdeelnetwerk.
- WHO schat dat 90%
van de bevolking toegang had tot een voldoende hoeveelheid veilig
drinkwater.
- Er waren moderne
mechanische middelen voor de opvang en de lozing van sanitair
afvalwater.
|
Na
de sancties
- Bovenop de
schaarste van grondstoffen, blijken ondervoedingsproblemen ook voort te
komen van de massale verslechtering van de basisinfrastructuur, vooral
in de watertoevoer en de afvalverwerking.
- De meest kwetsbare
groepen werden het zwaarst getroffen, vooral kinderen onder 5 jaar die
blootgesteld worden aan onhygiënische omstandigheden, vooral in stadscentra.
- WHO schat dat de
toegang tot zuiver water momenteel 50% is van het niveau van 1990 in
stadsgebieden en slechts 33% op het platteland.
|
Voedselproductie en
beschikbaarheid
|
Voor
de sancties
- Tot 1990, bedroeg
de binnenlandse voedselproductie slechts één derde van de totale
consumptie voor de meest essentiële voedingswaren, en de rest werd
ingevoerd.
- De energie uit het
voedsel bedroeg gemiddeld 3.120 kilocalorieën per persoon per dag.
- Door de relatieve
welvaart had Irak de mogelijkheid om grote hoeveelheden voedsel te
importeren, die aan twee derden van hun behoeften voldeden met een
gemiddelde van 2,5 miljard dollar per jaar, hoewel in jaren met een lage
productie de rekening kon oplopen tot 3 miljard dollar.
|
Na
de sancties
- De energie uit het
voedsel is gedaald van 3.120 tot 1.093 kilocalorieën per persoon per dag
tegen 1994-95.
- De ondervoeding
bij Iraakse kinderen onder de vijf jaar is bijna verdubbeld van 1991 tot
1996 (van 12% tot 23%). Acute ondervoeding in het Centrum/Zuiden stegen
van 3% tot 11% voor dezelfde leeftijdsgroep.
- Bijna de hele
bevolking van jonge kinderen was getroffen door een verschuiving van hun
voedingsstatus in de richting van ondervoeding.
- WFP toont aan dat
volgens de verwachtingen voor juli 1995, de gemiddelde winkelprijzen
voor essentiële producten op 850 keren het niveau van juli 1990 stonden.
|
Onderwijs
|
Voor
de sancties
- Zoals beschreven
door UNICEF, deed de Iraakse regering grote investeringen in de onderwijssector
van midden de jaren ’70 tot 1990.
- Volgens UNESCO,
omvatte het onderwijsbeleid provisies voor beurzen, researchfaciliteiten
en medische bijstand voor studenten.
Tegen 1989 stond het cijfer voor het schoolgaan in basis- en
secundair onderwijs op 75% (lichtjes boven het gemiddelde van alle
ontwikkelingslanden van 70%, volgens het Human Development Report van
1991) Analfabetisme was teruggebracht tot 20% in 1987.
- Onderwijs bedroeg
meer dan 5% van het staatsbudget in 1989, boven het gemiddelde van de
ontwikkelingslanden van 3.8%
(cfr. Rapporten van UNDP).
|
Na
de sancties
- Het schoolgaan
voor alle leeftijden (6-23) is gedaald tot 53%. In de Centrale en
Zuidelijke provincies, hebben 83% van de schoolgebouwen herstellingen
nodig. 8613 van de 10334 scholen
hebben zware schade geleden.
Sommige scholen met een geplande capaciteit van 700 leerlingen,
hebben er momenteel 4500 ingeschreven.
Aanzienlijke vooruitgang in het verminderen van analfabetisme bij
volwassenen en vrouwen, is opgehouden en teruggebracht tot het niveau
van midden de jaren ’80, volgens UNICEF. Het stijgend aantal
straatkinderen en werkende kinderen kan gedeeltelijk verklaard worden
door het toenemende aantal schoolverlaters, aangezien meer families
gedwongen zijn om op hun kinderen te vertrouwen om het gezinsinkomen te
verzekeren. Cijfers van UNESCO
tonen aan dat het schoolverlaten in basisscholen gestegen is van 95692
in 1990 tot 131658 in 1999.
|
Elektriciteit
|
Voor
de sancties
- UNDP geeft aan dat,
hoewel de energiestations het doelwit waren van de Iraanse luchtmacht
tijdens de oorlog Iran-Irak, er in 1990 126 energiestations waren die
8903 mw konden.
|
Na
de sancties
- De versnelde vermindering
van de energiesector heeft acute consequenties gehad voor de humanitaire
situatie. De totale
overblijvende geïnstalleerde capaciteit vandaag is ongeveer 7500 mw,
maar onvoldoende onderhoud en armoedige werkingscondities hebben de
stroom nu verminderd tot de helft van dat cijfer op 3500 mw.
- UNDP analyses
wijzen uit dat verouderde uitrustingen en de aanhoudende effecten van
oorlogsschade verslechtering veroorzaakt hebben op bijna elk
niveau. In tegenstelling tot de
algemene achteruitgang in economische activiteit, overtreft de vraag
momenteel het aanbod met minstens 1000 mw, vooral tijdens de
zomerhitte. Stroomtekorten zijn
continu verergerd tot wel 6 uur per dag sinds juli 1998.
- Het
elektriciteitstekort was vooral zichtbaar in sommige delen van de
noordelijke regio, waar dit mankement de waterbevoorrading en
gezondheidsdiensten aangetast heeft.
Twee waterkrachtcentrales in Dokan en Derbendikhan, die samen een
capaciteit hebben van 649 mw, zijn de enige stroomvoorzieningen voor de
noordelijke provincies.
|
Briefing over paleisbouw in Irak
Het
onderwerp van Saddams bouwen van paleizen is complex, maar de bewering dat het de
belangrijkste reden is voor de verslechterde toestand in Irak, is vals. Hoewel het moeilijk te weerleggen is dat het
een afleiding van inkomsten is, kan het niet gebruikt worden om de sancties te
rechtvaardigen.
In het rapport "Ongesanctioneerd Lijden," citeerde het Centrum voor
Economische en Sociale Rechten (CESR) in New York de bewering van
staatssecretaris Albright in 1996 dat Saddam over de laatste 5 jaar 1 miljard
dollar besteed had aan het bouwen van paleizen. CESR rapporteerde dat deze schatting overdreven was omdat het
“gebaseerd was op de kost van het bouwen van gelijkaardige gebouwen in de regio
en daarbij geen rekening hield met Iraks uitzonderlijke economische toestand”
zoals lage lonen en bouwkosten.
In haar boek "Saddam sanctioneren" stelt Sarah Graham Brown dat na de
oorlog Iran-Irak, het regime 2,5 miljard dollar toegekend had aan een
presidentieel paleis. De Irakese
economist Al-Nasrawi beweert hetzelfde in zijn boek "De economie van
Irak".
Hier is mijn mening hierover. Tegen het
einde van de eerste oorlog, privatiseerde Saddam de bouwsector, waarbij hij
voorkeur gaf aan individuen met de sterkste band met het regime. Naar mijn mening was dit een deel van zijn
strategie om zich van hun steun te verzekeren.
Na beide oorlogen, profiteerde de bouwsector van de nood om de infrastructuur
weer op te bouwen. Hoewel prestige
ongetwijfeld een factor was, kan het bouwen van paleizen Saddams manier geweest
zijn om hen uit te kopen (door hen contracten te geven om paleizen te bouwen).
Hoewel
het cijfer van 1 miljard dollar overdreven kan zijn, gebeurde het bouwen van paleizen
waarschijnlijk door private ondernemers wat betekent dat zij genoeg geld zouden
aanrekenen (in dinars) om voldoende winst te maken in een economie die erg
onderhevig is aan inflatie.
Een afleiding van inkomsten?
Het bouwen van paleizen kan enkel geklasseerd
worden als een afleiding van inkomsten als het geld gebruikt werd om materialen
te importeren die anders kon gebruikt worden om aan de behoeften van de
bevolking te voldoen. Het is niet
duidelijk hoeveel van het toegekende bedrag voor paleisbouw gebruikt werd voor
import.
Wat ons bij de vraag van de raming
brengt. Zelfs als de 1 miljard dollar
correct is, het is verspreid over vijf jaar, wat betekent dat er jaarlijks 200
miljoen dollar besteed was aan paleisbouw (of 400 miljoen dollar jaarlijks als
je de geïnflateerde 2 miljoen dollar raming van andere bronnen gebruikt). De Iraakse import voor burgerdoeleinden in
1989 bedroegen 11,1 miljard dollar (Alnasrawi). Zelfs als we de ruimere 400
miljoen dollar per jaar nemen voor de paleisbouw en aannemen dat het allemaal
gebruikt werd voor de import van materialen, dan zou dat nog steeds maar 3.6%
van de import van 1989 zijn. Zeggen dat
400 miljoen dollar per jaar voor paleisbouw de hoofdoorzaak is voor de humanitaire
crisis (vooral in een economie die voor 11,1 miljoen dollar goederen voor
burgerdoeleinden importeerde in 1989) is belachelijk.
Kortom, we moeten benadrukken dat a) het niet duidelijk is of deze "2
miljard dollar" gebruikt was voor het importeren van materialen (waardoor
het een afleiding van inkomsten zou zijn) en b) zelfs als dit het geval zou
zijn, het is een bedrag van geen betekenis en kan niet de hoofdoorzaak zijn
voor Iraks humanitaire crisis.
Briefing over het Comité 661 van de VN
en het tegenhouden van contracten
Op
papier wordt het Sanctiecomité verondersteld toegang te verlenen tot
humanitaire items voor Irak en deze die dienen voor "essentiële
burgerlijke noden." In de praktijk
heeft het er veel items uit gehouden om de Irakese infrastructuur te herbouwen.
Het Sanctiecomité blokkeert vaak contracten.
Het is algemeen dat de VS en Groot-Brittannië achter de meeste van die
“blokkeringen” zitten. Deze toestand
bleef zelfs voortduren nadat een humanitair panel in januari 1999 een rapport
uitbracht dat aangaf dat deze blokkeringen de humanitaire crisis in Irak
verergerden. Het humanitair panel was
samengesteld door de Veiligheidsraad.
Toch bleef het Sanctiecomité – of de afgevaardigden van de VS en Groot-Brittannië
een ongepast aantal blokkeringen doorvoeren.
Dit onderwerp was ernstig genoeg voor de Secretaris-Generaal om een
brief te sturen aan de voorzitter van de Veiligheidsraad in oktober 1999.
De brief meldde dat het aantal contracten met blokkeren vermeerderd waren,
alsook de tijd die genomen werd om de redenen van die blokkeringen aan te
pakken. Telecommunicatie (100%),
elektriciteit (65.5%), water en zuivering (53.4%) en toebehoren voor de
olie-industrie (43%) waren het soort contracten die meest geblokkeerd werden.
Dhr. Sevan gaf commentaar over sommige van deze blokkeringen
in zijn briefing aan de Veiligheidsraad op 17 november. Met betrekking tot de
elektriciteitscontracten, rapporteerde hij de schatting van de UNDP dat
"de elektriciteitsvoorziening in Irak mogelijk met 50% zou verhogen als
deze contracten werden vrijgegeven." Hij zei: “We zijn allemaal van mening
dat er een direct verband is tussen stroomvoorziening en het voorzien van
gezondheidszorg, water en andere basisdiensten."
De contracten voor telecommunicatie zijn minder direct verbonden met de
humanitaire situatie, maar Dhr Sevan wenste: "de noodzaak te benadrukken
voor de Veiligheidsraad en zijn Comité om deze lang openstaande vraag aan te
pakken, aangezien het belangrijke implicaties heeft voor andere sectoren,
vooral de efficiënte verdeling van voedsel en medicijnen. De noden zijn er zeker en tot nu toe zijn 10
van de 13 toepassingen in omloop, goed voor meer dan 100 miljoen dollar,
geblokkeerd. Het kantoor van het Iraaks
programma zou willen weten van het Comité wat hun bedenkingen eigenlijk zijn,
om hen zo passend te kunnen aanpakken."
Met andere woorden, zelfs het kantoorhoofd van het Iraaks programma, en een
diplomaat die altijd zijn mond heeft gehouden als de Amerikaanse regering
verkeerde informatie promootte over het misbruiken van de olie-voor-voedsel
inkomsten, weten niet wat er gebeurt binnen hun comité. En voelen zich verplicht om wat druk uit te
oefenen.
James Rubin spreekt vaak en welsprekend over hoe de VS de sancties steunt om de
Iraakse leiders te treffen, niet de burgerbevolking. Toch ontkent de VS in het sanctiecomité Irak routinematig het
recht om zijn burgerlijke infrastructuur her op te bouwen, het
levensondersteunend systeem van het land.